Storing |
Mogelijke oorzaak |
| Motor slaat slecht aan |
Brandstof pomp werkt niet doordat:
Onderbroken leiding tussen de kabelboom en klem 50 van het startrelais. Onderbroken leiding naar de onderdruksensor. Onderbroken leiding naar de temperatuursensor 11. Onderbroken leiding naar de thermo-schakelaar of thermo-tijdschakelaar. onderbroken of schakelaar defect. Drukopbouw in de brandstof ringleiding te laag doordat:
|
|
Motor slaat koud slecht aan |
Koudestart-verstuiver defect Onderbroken leiding naar de koudestart-verstuiver. Thermo- of thermo-tijdschakelaar defect of onderbroken leiding. |
|
Motor slaat aan, maar slaat daarna direct weer af |
Af en toe optredende, onderbroken leiding naar een sensor of een relais. Leiding naar de impulsgevers los of onderbroken. Onderdruksensor defect of losse steker Extra-luchtschuif opent niet omdat:
|
|
Motor heeft een onbevredigend warmdraaigedrag |
Extra-Iucht schuif defect. Stationair toerental niet correct afgesteld. CO-percentage niet correct afgesteld. Koudestart-verstuiver lekt. Verstuiver lekt. |
|
Stationair toerental is niet af te regelen, toerental te hoog |
Lek in het stationair luchtsysteem Gas klep komt niet in stationair stand omdat:
Lekkage aan de zitting van de verstuiver |
|
Motor ‘zaagt’ stationair of bij geringe belasting |
Lekkage aan de zitting van de verstuiver.
Lekkage in het stationair systeem. Gasklepschakelaar is ontregeld. Verstuiver is verstopt. Afstelling CO-percentage niet correct. |
|
CO-percentage kan niet op 4,5 (vol.) worden afgesteld |
Luchtfilter verstopt. Lekkage in het luchtsysteem van de motor. Druk regelaar te hoog afgesteld. Onderdruk van de motor te laag. |
|
Motor accelereert slecht, valt uit |
Verrijking in de gasklepschakeiaar defect of onderbroken leiding |
|
Motor slaat over tijdens liet rijden |
Stekerverbinding van een sensor of van een verstuiver maakt geen goed contact.
Brandstofdruk te laag. Verstuivers blijven voortdurend open staan. Verstuivers verstopt Koudestart-verstuiver defect. Centrale massakabel heeft een slechte verbinding. Impulsgevers in de verdeler vervuild of een te grote overgangsweerstand. |
|
Motor haalt zijn maximum vermogen niet |
Brandstofdruk te laag. Onderdruksensor defect. Gasklep opent niet ver genoeg. |
|
Te hoog brandstofverbruik |
Lekkende verstuivers. Brandstofdruk te hoog. Temperatuurmeter 1 en / of 2 defect of een slechte verbinding of een onderbroken kabel. Lekkage van de koudestart-verstuiver. Gasklepschakelaar verkeerd afgesteld. Vollastverrijking treedt te vroeg in werking. |
